Tijdens een sectormoment op 6 november 2025 nodigde Designpunt ontwerpers uit om samen te brainstormen rond drie thema’s: artistiek onderzoek en experiment, presentatie en promotie en reflectie- en discoursvorming. Zo wilde het team de voornaamste noden bij de ontwerpgemeenschap capteren, om die vervolgens te integreren in het beleidsplan.
Voor het deeltje ‘presentatie en promotie’ is de nood als volgt geformuleerd: ‘Het cultuurbeleid rond design is versnipperd en daardoor weinig zichtbaar, waardoor ontwerpers vaak zelf moeten instaan voor de presentatie en promotie van hun werk.’
Wat is de status van presentatie en promotie in het designveld vandaag?
Sinds het verdwijnen van Design Vlaanderen ervaren ontwerpers lacunes, die deel uitmaakten van de meer cultureel geïnspireerde werking van de organisatie en die verloren zijn gegaan. Zo waardeerden ze de galerijwerking, die via regelmatige, thematische presentaties het veld monitorde en ontwerpers inhoudelijk inspireerde. Bovendien vormde elke opening een netwerkmoment, waardoor ze elkaar regelmatig konden ontmoeten, kennis konden delen en nieuwe samenwerkingen konden opzetten.
Ook de zichtbaarheid van de galerij – een zo goed als volledig glazen ruimte net achter de St-Michiels- en St-Goedelekathedraal op een boogscheut van Brussel Centraal – komt telkens terug als een sterk punt. De ontwerpers noemen deze drempelverlagende werking naar een groot publiek, van pendelaars over beleidsmakers tot toeristen, uitermate belangrijk. Ook een door de overheid gereguleerd aankoopbeleid rond kwalitatief design, zoals dat er voor architectuur en kunst wel is, zou kunnen bijdragen aan die zichtbaarheid en erkenning.
Daarnaast missen sommige ontwerpers de online databank van Design Vlaanderen. Niet alleen als een persoonlijk werkinstrument – als alternatief voor een eigen website, maar ook als handig doorverwijsplatform binnen een onderwijscontext. Een overkoepelende ‘witte gids’ ontbreekt vandaag. Dit wordt verder in de hand gewerkt door de versnippering: die tussen departementen als economie en cultuur, maar ook die tussen de drie gemeenschappen in België. Dat elke organisatie eigen klemtonen legt, maakt het voor ontwerpers niet gemakkelijk – of soms zelfs onmogelijk – om aansluiting te vinden bij hun regionale organisatie. Op internationaal vlak wordt dit (deels) opgevangen door de samenwerkingen onder het label Belgium is design.
Doordat de regelmatige presentaties, de online databank – met de toenmalige selecties - en ook het tijdschrift er niet meer zijn, is er momenteel geen speler die de inhoudelijke evoluties in het veld nauwgezet opvolgt. Niemand houdt een overkoepelende vinger aan de pols. Elke ontwerper moet zelf individueel de thematische evoluties binnen het veld opvolgen, en daarvoor beroep doen op internationale bronnen. Ook is er geen instantie die monitort waar de ontwerpers zelf mee bezig zijn om zo grotere thema’s te kunnen capteren.
Als laatste element stippen ontwerpers de link met het verleden aan. Ze geven aan dat de historische context noodzakelijk is om het eigen werk te kunnen plaatsen, en hebben het gevoel dat de link met de geschiedenis niet altijd voldoende aanwezig is. Daarnaast ervaren ze een gebrek aan reflectie over de noodzakelijke archivering van de huidige praktijken, waardoor die verloren dreigen te gaan.
Waar hebben ontwerpers op het vlak van presentatie en promotie nood aan?
Design bestaat uit tal van subdisciplines, en die zouden in al hun diversiteit aan bod moeten komen in presentatie- en promotiemomenten. Nu heerst er vaak een eenzijdige blik op wat design is en kan doen. Meer gediversifieerde presentaties kunnen aanzetten tot nieuwe perspectieven, zowel tussen ontwerpers onderling als bij mensen die niet rechtstreeks bij het veld betrokken zijn. Vandaag moet een ontwerper vaak uitleggen wat hij of zij nu precies doet. Door het inzicht in de sector te versterken kan dit euvel verholpen worden, en zou er meer waardering voor het beroep kunnen komen. Ontwerpers hebben zowel nood aan nicheverdiepende presentatie en promotie als aan sectoroverkoepelende initiatieven, die de onderlinge kruisbestuiving stimuleert.
Om het inzicht te versterken is het interessant om meer in te zetten op het proces. Door het tonen van onderzoek, experiment en resultaat krijgen niet alleen peers of bedrijven, maar ook het brede publiek meer inzicht in het ontwerpproces. De maatschappelijke impact tonen krijgt hier meer belang dan de louter economische meerwaarde van concrete producten.
Ook de contextualisering en thematische omkadering zijn cruciaal binnen presentatie en promotie. Door het getoonde te koppelen aan een discours krijgen ontwerpers meer inzicht in de bredere relevantie van hun praktijk en leren ze om die te kaderen binnen een groter geheel. Bovendien is het inspirerend om hun individuele praktijk in relatie te zien tot die van anderen en biedt die onderlinge uitwisseling hen nieuwe perspectieven. Een toegewijde curator kan een duidelijk en overkoepelend verhaal brengen, en zo extra diepgang brengen. Daarnaast kan een curator ontwerpers uit diverse niches aan elkaar koppelen, en hen begeleiden bij de presentatie van hun werk. Ook de inzet van taal als tool voor promotie is hieraan gelinkt.
Qua omkadering hebben ontwerpers nood aan een instantie die hen op weg helpt in het veld, hen de weg wijst naar de juiste instanties of ondersteuning en hen helpt bij het aanvragen van subsidies. Dat is de laatste jaren uitgegroeid tot een gespecialiseerde job. Ook geven ze aan dat ze zelf niet altijd weten wie er interesse zou kunnen hebben in hun werk – en hoe ze die personen kunnen bereiken, of wat de goede plekken zijn om hun werk te presenteren of zichzelf te profileren. Ook ondersteuning bij het goed documenteren van het werk is welkom. Hoewel er zeker gedeelde noden zijn, is het belangrijk om de specifieke noden per subdiscipline voldoende voor ogen te houden.
Om bovenstaande punten te realiseren is er nood aan een fysieke ruimte voor presentatie en promotie. Toegankelijkheid, laagdrempeligheid en openheid vormen daarbij volgens de ontwerpsector sleutelbegrippen. Repetitiviteit vormt een belangrijke voorwaarde om netwerken levend te houden en voldoende inspirerend te kunnen werken. Ontwerpers zien deze ruimte zowel centraal als regionaal en mobiel, zodat design breed verspreid zichtbaar kan worden gemaakt. Ook de (semi)publieke ruimte beschouwen ze als een plek waar extra op kan worden ingezet. Die verschillende types ruimtes laten toe om design zowel bij een nichepubliek als het brede publiek te promoten.
Ook in de creatie van een publiek ligt nog een uitgebreide taak. Vanuit een beroepsmatige insteek moeten er zowel linken met andere sectoren, het onderwijs als de overheid worden gemaakt. De meerwaarde van design kan in deze contexten extra worden gepromoot. Vanuit een maatschappelijke insteek is de link met het grote publiek cruciaal. In die zin zou het interessant zijn om een netwerk van ambassadeurs in andere sectoren samen te stellen.
Ook binnen de designsector zelf moet er extra worden ingezet op samenwerking en netwerking. De bestaande organisaties kunnen elk vanuit hun eigen profiel en sterktes bijdragen aan het grotere geheel, terwijl Designpunt hierin een faciliterende en aanjagende rol kan opnemen. Ook het stimuleren van het netwerk tussen ontwerpers onderling vormt een kerntaak. Enkel via het opzetten van regelmatige, ongedwongen samenkomsten kan een hechte community vorm krijgen.
Presentatie en promotie kan op heel diverse manieren gebeuren en moet per niche of gewenst doel worden afgestemd op de specifieke noden van die subdiscipline. Van tijdschriften en boeken over documentaires en korte video’s tot podcasts of radioprogramma’s. Ook het organiseren van contactdagen, waarbij een curator een portfolio bekijkt en becommentarieert, het opzetten van reflectiemomenten rond experiment of het opzetten van de ‘Dag van design’ vormen boeiende, noodzakelijke formats. Als transdisciplinaire sector is het daarbij belangrijk om over de eigen grenzen te kijken en te durven aanhaken bij bestaande initiatieven.